Naar de inhoud

praten

zich met behulp van de stem uiten

praten

werkwoord /ˈpraː.tə(n)/

Betekenis

  1. zich met behulp van de stem uiten

Hoe spreek je praten uit?

/ˈpratən/

Praten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpratən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
r rood
a maan
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. mondeling overleggen, onderhandelen figuratively

Vervoeging van praten

pratenhele werkwoord — praatteverleden tijd enkelvoud — praattenverleden tijd meervoud — gepraatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik praat praatte
jij praat praatte
hij, zij, het praat praatte
wij praten praatten
jullie praten praatten
zij praten praatten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepraat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepraat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepraat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepraat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepraat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepraat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepraat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepraat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepraat verleden tijd, deelwoord
gepraat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepraat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepraat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepraat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepraat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepraat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepraat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepraat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
praat gebiedende wijs
praatte verleden tijd
prate aanvoegende wijs
pratend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepraat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te praten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen praten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt praten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen praten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepraat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult praten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

erfwoord uit het Middelnederlands, verdere herkomst onzeker; wellicht klanknabootsend. In de betekenis van ‘(informeel) spreken’ voor het eerst aangetroffen in 1440

Woordfamilie van praten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprate woordvorm praten
praatte verleden tijd praten
praatten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon praten
prate aanvoegende wijs praten
pratend onvoltooid deelwoord praten
pratende woordvorm praten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van praten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over praten

Hoe spreek je praten uit?
De uitspraak van praten is: /ˈpraː.tə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent praten?
Praten is een werkwoord. Het woord betekent: zich met behulp van de stem uiten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je praten?
Je vervoegt praten als volgt: de tegenwoordige tijd is praat, de verleden tijd is praatte en het voltooid deelwoord is gepraat. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op praten?

Praten rijmt op 51 woorden op -aten; laten, verlaten en haten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op praten, uitspraak ˈpratən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
laten 2
verlaten 3
haten 2
blaten 2
vaten 2
uitgelaten 4
opgelaten 4
penaten 3
aangelaten 4
ademhalingsapparaten 8
advocaten 4
aten 2
banaten 3
bematen 3
boorapparaten 5
botervaten 4
certificaten 5
choanoflagellaten 7
danaïdevaten 6
dinoflagellaten 6
echtheidscertificaten 7
fotokopieerapparaten 9
galaten 3
gaten 2
golgiapparaten 5
graduaten 4
kanaten 3
karpaten 3
kerstomaten 4
maten 2
muskaten 3
noviciaten 5
overgelaten 5
platen 2
quasistaten 4
rabbinaten 4
racematen 4
secretariaten 6
sleutelgaten 4
soldeerapparaten 6
Nog 11 rijmwoorden
sportfanaten 4
stapelautomaten 6
staten 2
straten 2
sukkelstraten 4
televisieapparaten 7
trilapparaten 5
vae 11
vs 6
wandelstraten 4
zaten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord praten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

praten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

praten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

praten in het kort

praten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van praten zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort praten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

praten: zich met behulp van de stem uiten
Deel praten — standaardnederlands.nl