blaten
werkwoord /ˈblatə(n)/Betekenis
- het geluid van een schaap maken
- luid zeuren, mekkeren, blèren
Hoe spreek je blaten uit?
/ˈblatən/
Blaten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van blaten
blatenhele werkwoord — blaatteverleden tijd enkelvoud — blaattenverleden tijd meervoud — geblaatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blaat | blaatte |
| jij | blaat | blaatte |
| hij, zij, het | blaat | blaatte |
| wij | blaten | blaatten |
| jullie | blaten | blaatten |
| zij | blaten | blaatten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blaat | gebiedende wijs |
| blaatte | verleden tijd |
| blate | aanvoegende wijs |
| blatend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geblaat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geblaat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geblaat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geblaat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geblaat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geblaat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geblaat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geblaat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geblaat | verleden tijd, deelwoord |
| geblaat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblaat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geblaat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geblaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geblaat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geblaat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geblaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geblaat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geblaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblaat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblaat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te blaten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geblaat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen blaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt blaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geblaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen blaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult blaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geblaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
erfwoord Afgeleid van een Germaanse wortel *bleH-, secundair *blēt- “blaten”, vergelijk Engels bleat.
Woordfamilie van blaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blaat | gebiedende wijs | blaten |
| blaatte | verleden tijd | blaten |
| blaatten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | blaten |
| blate | aanvoegende wijs | blaten |
| blatend | onvoltooid deelwoord | blaten |
| blatende | woordvorm | blaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blaten zijn vastgelegd.