prater
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die (veel) praat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| praters | meervoud |
| pratertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pratertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van de stam van praten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van prater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| praters | meervoud | prater |
| pratertje | verkleinwoord | prater |
| pratertjes | verkleinwoord meervoud | prater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prater zijn vastgelegd.