laten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlatə(n)Betekenis
- maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt
- maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: toestaan dat iets gebeurt
- het niet doen
- er niets aan veranderen
- vertrekken zonder hem mee te nemen
- aansporing om iets te doen
Hoe spreek je laten uit?
/ˈlatən/
Laten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- van zich laten gaan transitive
Vervoeging van laten
latenhele werkwoord — lietverleden tijd enkelvoud — lietenverleden tijd meervoud — gelatenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laat | liet |
| jij | laat | liet |
| hij, zij, het | laat | liet |
| wij | laten | lieten |
| jullie | laten | lieten |
| zij | laten | lieten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelaten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelaten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelaten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelaten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelaten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelaten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelaten | verleden tijd, deelwoord |
| gelaten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelaten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelaten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelaten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelaten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laat | gebiedende wijs |
| late | aanvoegende wijs |
| latend | onvoltooid, deelwoord |
| liet | verleden tijd |
| te hebben gelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te laten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt laten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult laten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord laat
Herkomst
erfwoord in de betekenis van ‘niet verhinderen, nalaten, afstaan’ aangetroffen vanaf 1236
Woordfamilie van laten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| latend | onvoltooid deelwoord | laten |
| latende | woordvorm | laten |
| liet | verleden tijd | laten |
| lieten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | laten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laten zijn vastgelegd.