portaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de nis met omlijsting van een (buiten-)deur
- de ingang van een tunnel
- de overspanning dwars over een (spoor-)weg waaraan verkeerborden, camera's e.d. en bovenleidingen, worden bevestigd.
- op internet een website of pagina die een overzicht tracht te scheppen over een bepaald onderwerp door middel van links
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| portaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| portaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| portalen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deurnis, gang’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van portaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| portaaltje | verkleinwoord | portaal |
| portaaltjes | verkleinwoord meervoud | portaal |
| portalen | meervoud | portaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van portaal zijn vastgelegd.