toegang
zelfstandig naamwoord ˈtuɣɑŋBetekenis
- plaats waarlangs men ergens binnen kan gaan
- het kunnen of mogen binnenkomen of gebruik van maken
Hoe spreek je toegang uit?
/ˈtuxɑŋ/
Toegang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toegangen | meervoud |
| toegangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toegangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van toe en gang
Woordfamilie van toegang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegangen | meervoud | toegang |
| toegangetje | verkleinwoord | toegang |
| toegangetjes | verkleinwoord meervoud | toegang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toegang zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- toegangsbewijs
- toegangscode
- toegangskaart
- toegangskaartje
- toegangspoort
- toegangsprijs
- toegangsweg
- toegankelijk