poetsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈputsə(n)Betekenis
- door middel van wrijven zaken schoner maken
Hoe spreek je poetsen uit?
/ˈputsən/
Poetsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| u | boek |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van poetsen
poetsenhele werkwoord — poetsteverleden tijd enkelvoud — poetstenverleden tijd meervoud — gepoetstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poets | poetste |
| jij | poetst | poetste |
| hij, zij, het | poetst | poetste |
| wij | poetsen | poetsten |
| jullie | poetsen | poetsten |
| zij | poetsen | poetsten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepoetst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepoetst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepoetst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepoetst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepoetst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepoetst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepoetst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepoetst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepoetst | verleden tijd, deelwoord |
| gepoetst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepoetst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepoetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepoetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepoetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepoetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoetst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| poets | gebiedende wijs |
| poetse | aanvoegende wijs |
| poetsend | onvoltooid, deelwoord |
| poetste | verleden tijd |
| te hebben gepoetst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te poetsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen poetsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen poetsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult poetsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord poets
Herkomst
van Duits putzen ww , in de betekenis van ‘reinigen’ voor het eerst aangetroffen in 1645
Woordfamilie van poetsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepoetst | voltooid deelwoord | poetsen |
| poetse | aanvoegende wijs | poetsen |
| poetsend | onvoltooid deelwoord | poetsen |
| poetsende | woordvorm | poetsen |
| poetst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | poetsen |
| poetste | verleden tijd | poetsen |
| poetsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | poetsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poetsen zijn vastgelegd.