Naar de inhoud

schoonmaken

reinigen

schoonmaken is meer dan één woord

schoonmaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxomakə(n)

Betekenis

  1. reinigen

Hoe spreek je schoonmaken uit?

/ˈsxomakən/

Schoonmaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxomakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
o boot
m maan
a maan
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schoonmaken

schoonmakenhele werkwoord — maakte schoonverleden tijd enkelvoud — maakten schoonverleden tijd meervoud — schoongemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak schoon maakte schoon
jij maakt schoon maakte schoon
hij, zij, het maakt schoon maakte schoon
wij maken schoon maakten schoon
jullie maken schoon maakten schoon
zij maken schoon maakten schoon
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is schoongemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was schoongemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd schoongemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt schoongemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal schoongemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal schoongemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou schoongemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou schoongemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had schoongemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had schoongemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had schoongemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden schoongemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden schoongemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden schoongemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt schoongemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben schoongemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft schoongemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak schoon gebiedende wijs
maakte schoon verleden tijd
schoon te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
schoon te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
schoon zal maken bijzin, toekomende tijd
schoon zou maken bijzin, voorwaardelijk
schoon zouden maken bijzin, voorwaardelijk
schoon zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
schoon zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
schoon zullen maken bijzin, toekomende tijd
schoon zult maken bijzin, toekomende tijd
schoongemaakt verleden tijd, deelwoord
schoongemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
schoongemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
schoonmaak bijzin, tegenwoordige tijd
schoonmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
schoonmaakte bijzin, verleden tijd
schoonmaakten bijzin, verleden tijd
schoonmakend onvoltooid, deelwoord
te hebben schoongemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schoonmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal schoonmaken bijzin, toekomende tijd
zou schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou schoonmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) schoonmaken schoon zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden schoonmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt schoongemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt schoonmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schoonmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen schoonmaken bijzin, toekomende tijd
zult schoongemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schoonmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult schoonmaken bijzin, toekomende tijd
zult/zal schoonmaken schoon zult/zal maken bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schoonmaak

Herkomst

samenstelling van schoon en maken

Woordfamilie van schoonmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak schoon gebiedende wijs schoonmaken
maakt schoon aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schoonmaken
maakte schoon verleden tijd schoonmaken
maakten schoon aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schoonmaken
make schoon woordvorm schoonmaken
maken schoon aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon schoonmaken
schoongemaakt voltooid deelwoord schoonmaken
schoongemaakte woordvorm schoonmaken
schoonmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd schoonmaken
schoonmaakte subordinate-clause, verleden tijd schoonmaken
schoonmaakten subordinate-clause, verleden tijd schoonmaken
schoonmake with-subordinate-clause schoonmaken
schoonmakend onvoltooid deelwoord schoonmaken
schoonmakende woordvorm schoonmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoonmaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schoonmaken

Hoe spreek je schoonmaken uit?
De uitspraak van schoonmaken is: /ˈsxomakə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent schoonmaken?
Schoonmaken is een werkwoord. Het woord betekent: reinigen.
Hoe vervoeg je schoonmaken?
Je vervoegt schoonmaken als volgt: het voltooid deelwoord is schoongemaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schoonmaken is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. O 1
  6. N 1
  7. M 3
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schoonmaken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. O 1
  6. N 1
  7. M 3
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schoonmaken in het kort

schoonmaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van schoonmaken zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schoonmaken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schoonmaken: reinigen
Deel schoonmaken — standaardnederlands.nl