Naar de inhoud

afvegen

met een doekje of papiertje vuil weghalen

afvegen

werkwoord ˈɑfeɣə(n)

Betekenis

  1. met een doekje of papiertje vuil weghalen

Hoe spreek je afvegen uit?

/ˈɑfexən/

Afvegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfexən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
e veel
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afvegen

afvegenhele werkwoord — veegde afverleden tijd enkelvoud — veegden afverleden tijd meervoud — afgeveegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik veeg af veegde af
jij veegt af veegde af
hij, zij, het veegt af veegde af
wij vegen af veegden af
jullie vegen af veegden af
zij vegen af veegden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te vegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen vegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal vegen bijzin, toekomende tijd
af zou vegen bijzin, voorwaardelijk
af zouden vegen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt vegen bijzin, voorwaardelijk
af zullen vegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen vegen bijzin, toekomende tijd
af zult vegen bijzin, toekomende tijd
afgeveegd verleden tijd, deelwoord
afgeveegd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeveegd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeveegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeveegd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeveegd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeveegd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeveegd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeveegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeveegd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeveegd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afveeg bijzin, tegenwoordige tijd
afveegde bijzin, verleden tijd
afveegden bijzin, verleden tijd
afveegt bijzin, tegenwoordige tijd
afvegend onvoltooid, deelwoord
ben afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeveegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeveegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeveegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeveegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeveegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeveegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeveegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeveegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeveegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeveegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeveegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeveegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeveegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeveegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeveegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeveegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgeveegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afvegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veeg af gebiedende wijs
veegde af verleden tijd
waart afgeveegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeveegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeveegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeveegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeveegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeveegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeveegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeveegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeveegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeveegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afvegen bijzin, toekomende tijd
zijn afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeveegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afvegen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afvegen af zou(dt) vegen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afvegen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeveegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeveegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afvegen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeveegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeveegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeveegd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeveegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afvegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afvegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afvegen bijzin, toekomende tijd
zult afgeveegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en vegen ww

Woordfamilie van afvegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeveegd voltooid deelwoord afvegen
afgeveegde woordvorm afvegen
afveeg subordinate-clause, tegenwoordige tijd afvegen
afveegde subordinate-clause, verleden tijd afvegen
afveegden subordinate-clause, verleden tijd afvegen
afveegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afvegen
afvege with-subordinate-clause afvegen
afvegend onvoltooid deelwoord afvegen
afvegende woordvorm afvegen
veeg af gebiedende wijs afvegen
veegde af verleden tijd afvegen
veegden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afvegen
veegt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afvegen
vege af woordvorm afvegen
vegen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afvegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afvegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afvegen

Hoe spreek je afvegen uit?
De uitspraak van afvegen is: /ˈɑfeɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afvegen?
Afvegen is een werkwoord. Het woord betekent: met een doekje of papiertje vuil weghalen.
Hoe vervoeg je afvegen?
Je vervoegt afvegen als volgt: het voltooid deelwoord is afgeveegd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afvegen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afvegen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afvegen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afvegen in het kort

afvegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afvegen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afvegen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afvegen: met een doekje of papiertje vuil weghalen
Deel afvegen — standaardnederlands.nl