plot
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het raamwerk van een verhaal, film, boek etc
- hek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plotjes | verkleinwoord, meervoud |
| plots | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van plotten
- gebiedende wijs van plotten
Vervoeging van plot
plothele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘intrige’ voor het eerst aangetroffen in 1725
Woordfamilie van plot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plotje | verkleinwoord | plot |
| plotjes | verkleinwoord meervoud | plot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plot zijn vastgelegd.