Naar de inhoud

overbruggen

iets wat niet op elkaar aansluit met elkaar verbinden

overbruggen

werkwoord /ovərˈbrʏxə(n)/

Betekenis

  1. iets wat niet op elkaar aansluit met elkaar verbinden

Hoe spreek je overbruggen uit?

/ovərˈbrʏxən/

Overbruggen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ovərˈbrʏxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
v vis
ə de
r rood
b bak
ʏ put
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van overbruggen

overbruggenhele werkwoord — overbrugdeverleden tijd enkelvoud — overbrugdenverleden tijd meervoud — overbrugdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overbrug overbrugde
jij overbrugt overbrugde
hij, zij, het overbrugt overbrugde
wij overbruggen overbrugden
jullie overbruggen overbrugden
zij overbruggen overbrugden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overbrugd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overbrugd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overbrugd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overbrugd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overbrugd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overbrugd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overbrugd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overbrugd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overbrugd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overbrugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overbrugd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overbrugd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overbrugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overbrugd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overbrugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overbrugd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overbrug gebiedende wijs
overbrugd verleden tijd, deelwoord
overbrugd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overbrugd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overbrugd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overbrugd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overbrugd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overbrugd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overbrugd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overbrugd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overbrugd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overbrugd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overbrugde verleden tijd
overbrugge aanvoegende wijs
overbruggend onvoltooid, deelwoord
te hebben overbrugd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overbruggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overbruggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overbrugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overbrugd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overbrugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overbrugd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overbrugd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overbrugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overbrugd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overbrugd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overbrugd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overbrugd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overbrugd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overbrugd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overbrugd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overbrugd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overbrugd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overbrugd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overbrugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overbrugd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overbrugd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overbrugd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overbrugd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overbrugd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overbruggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overbrugd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overbrugd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overbrugd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overbruggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over bw en bruggen (verouderd werkwoord)

Woordfamilie van overbruggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overbrug gebiedende wijs overbruggen
overbrugd voltooid deelwoord overbruggen
overbrugde verleden tijd overbruggen
overbrugden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overbruggen
overbrugge aanvoegende wijs overbruggen
overbruggend onvoltooid deelwoord overbruggen
overbruggende woordvorm overbruggen
overbrugt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overbruggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overbruggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overbruggen

Hoe spreek ik overbruggen uit?
Zo spreek je overbruggen uit: /ovərˈbrʏxə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van overbruggen?
Overbruggen is een werkwoord. De betekenis is: iets wat niet op elkaar aansluit met elkaar verbinden.
Hoe vervoeg ik overbruggen?
Zo vervoeg je overbruggen zo: de tegenwoordige tijd is overbrug, de verleden tijd is overbrugde en het voltooid deelwoord is overbrugd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op overbruggen?

In dit woordenboek rijmen 5 woorden op -ruggen op overbruggen, zoals kamelenruggen, muggen en ruggen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op overbruggen, uitspraak ovərˈbrʏxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kamelenruggen 5
muggen 2
ruggen 2
voetgangersbruggen 5
wandelbruggen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overbruggen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. R 2
  7. U 4
  8. G 3
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overbruggen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. R 2
  7. U 2
  8. G 3
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overbruggen in het kort

overbruggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overbruggen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overbruggen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overbruggen: iets wat niet op elkaar aansluit met elkaar verbinden
Deel overbruggen — standaardnederlands.nl