Naar de inhoud

overbelichten

een fotografisch medium blootstellen aan een te grote lichtintensiteit

overbelichten

werkwoord

Betekenis

  1. een fotografisch medium blootstellen aan een te grote lichtintensiteit

Vervoeging van overbelichten

overbelichtenhele werkwoord — overbelichtteverleden tijd enkelvoud — overbelichttenverleden tijd meervoud — overbelichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overbelicht overbelichtte
jij overbelicht overbelichtte
hij, zij, het overbelicht overbelichtte
wij overbelichten overbelichtten
jullie overbelichten overbelichtten
zij overbelichten overbelichtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overbelicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overbelicht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overbelicht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overbelicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overbelicht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overbelicht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overbelicht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overbelicht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overbelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overbelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overbelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overbelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overbelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overbelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overbelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overbelicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overbelicht gebiedende wijs
overbelicht verleden tijd, deelwoord
overbelicht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overbelicht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overbelicht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overbelicht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overbelicht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overbelicht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overbelicht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overbelicht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overbelicht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overbelicht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overbelichte aanvoegende wijs
overbelichtend onvoltooid, deelwoord
overbelichtte verleden tijd
te hebben overbelicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overbelichten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overbelichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overbelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overbelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overbelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overbelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overbelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overbelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overbelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overbelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overbelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overbelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overbelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overbelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overbelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overbelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overbelicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overbelicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overbelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overbelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overbelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overbelicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overbelicht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overbelicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overbelichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overbelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overbelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overbelicht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overbelichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en belichten

Woordfamilie van overbelichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overbelichtend onvoltooid deelwoord overbelichten
overbelichtende woordvorm overbelichten
overbelichtte verleden tijd overbelichten
overbelichtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overbelichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overbelichten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overbelichten

Wat betekent overbelichten?
Overbelichten is een werkwoord. Het woord betekent: een fotografisch medium blootstellen aan een te grote lichtintensiteit.
Hoe vervoeg je overbelichten?
Je vervoegt overbelichten als volgt: de tegenwoordige tijd is overbelicht, de verleden tijd is overbelichtte en het voltooid deelwoord is overbelicht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overbelichten is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. I 1
  9. C 5
  10. H 4
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overbelichten levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. I 2
  9. C 5
  10. H 4
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 31 zonder bonus
  15. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overbelichten in het kort

overbelichten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overbelichten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overbelichten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overbelichten: een fotografisch medium blootstellen aan een te grote lichtintensiteit
Deel overbelichten — standaardnederlands.nl