overbrengen
werkwoordBetekenis
- van de ene locatie naar de andere brengen, transporteren, vervoeren, verleggen, verplaatsen
- meedelen, melden
- van de ene persoon of zaak op de andere doen overgaan, omzetten, overdragen, overplaatsen
- naar een andere taal omzetten, vertalen
Vervoeging van overbrengen
overbrengenhele werkwoord — overgebrachtvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bracht over | verleden tijd |
| overgebracht | verleden tijd, deelwoord |
werkwoord
- doorstaan transitive
Vervoeging van overbrengen
overbrengenhele werkwoord — overbrachtvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overbracht | verleden tijd |
| overbracht | verleden tijd, deelwoord |
Herkomst
samenstelling van over bw en brengen ww
Woordfamilie van overbrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht over | verleden tijd | overbrengen |
| brachten over | woordvorm | overbrengen |
| breng over | woordvorm | overbrengen |
| brenge over | woordvorm | overbrengen |
| brengen over | woordvorm | overbrengen |
| brengt over | woordvorm | overbrengen |
| overbracht | verleden tijd | overbrengen |
| overbrachten | with-subordinate-clause | overbrengen |
| overbreng | with-subordinate-clause | overbrengen |
| overbrenge | with-subordinate-clause | overbrengen |
| overbrengend | woordvorm | overbrengen |
| overbrengende | woordvorm | overbrengen |
| overbrengt | with-subordinate-clause | overbrengen |
| overgebracht | voltooid deelwoord | overbrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overbrengen zijn vastgelegd.