Naar de inhoud

omzetten

van plaats doen verwisselen

omzetten is meer dan één woord

omzetten

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈɔm.zɛ.tə(n)/

Betekenis

  1. van plaats doen verwisselen
  2. (m.b.t. geld) verwisselen met een andere geldwaarde
  3. veranderen
  4. om iets of iemand heenzetten

Hoe spreek je omzetten uit?

/ˈɔmzɛtən/

Omzetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmzɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
z zon
ɛ bed
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. : van plaats doen verwisselen transitive
  2. : (m.b.t. geld) verwisselen met een andere geldwaarde transitive
  3. : veranderen transitive

Vervoeging van omzetten

omzettenhele werkwoord — omzetteverleden tijd enkelvoud — zetten omverleden tijd meervoud — omgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik omzet omzette
jij omzet omzette
hij, zij, het omzet omzette
wij zetten om zetten om
jullie zetten om zetten om
zij zetten om zetten om
Alle 264 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is omzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was omzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd omzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt omzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal omzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou omzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
had omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb omzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben omzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal zetten bijzin, toekomende tijd
om zou zetten bijzin, voorwaardelijk
om zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
om zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
om zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen zetten bijzin, toekomende tijd
om zult zetten bijzin, toekomende tijd
omgezet verleden tijd, deelwoord
omgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzet gebiedende wijs
omzet verleden tijd, deelwoord
omzet bijzin, tegenwoordige tijd
omzet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omzet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omzet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omzet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omzet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omzet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzette aanvoegende wijs
omzette bijzin, verleden tijd
omzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben omgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben omzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te omzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werdt omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
word omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wordt omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon

werkwoord

  1. : om iets of iemand heenzetten transitive

Vervoeging van omzetten

omzettenhele werkwoord — omzetteverleden tijd enkelvoud — zetten omverleden tijd meervoud — omgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik omzet omzette
jij omzet omzette
hij, zij, het omzet omzette
wij zetten om zetten om
jullie zetten om zetten om
zij zetten om zetten om
Alle 264 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is omzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was omzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd omzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt omzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal omzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou omzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
had omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb omzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben omzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal zetten bijzin, toekomende tijd
om zou zetten bijzin, voorwaardelijk
om zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
om zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
om zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen zetten bijzin, toekomende tijd
om zult zetten bijzin, toekomende tijd
omgezet verleden tijd, deelwoord
omgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzet gebiedende wijs
omzet verleden tijd, deelwoord
omzet bijzin, tegenwoordige tijd
omzet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omzet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omzet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omzet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omzet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omzet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzette verleden tijd
omzette aanvoegende wijs
omzette bijzin, verleden tijd
omzettend onvoltooid, deelwoord
omzétten canonical
te hebben omgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben omzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te omzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werdt omzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
word omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wordt omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord omzet

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van omzetten
  • meervoud verleden tijd van omzetten

Vervoeging van omzetten

omzettenhele werkwoord

Herkomst

samenstelling van om en zetten

Woordfamilie van omzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgezet voltooid deelwoord omzetten
omgezette woordvorm omzetten
omzette subordinate-clause, verleden tijd omzetten
omzettend onvoltooid deelwoord omzetten
omzettende woordvorm omzetten
zet om gebiedende wijs omzetten
zette om verleden tijd omzetten
zetten om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over omzetten

Hoe spreek ik omzetten uit?
Zo spreek je omzetten uit: /ˈɔm.zɛ.tə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van omzetten?
Omzetten is een werkwoord. De betekenis is: van plaats doen verwisselen. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik omzetten?
Zo vervoeg je omzetten zo: de tegenwoordige tijd is omzet, de verleden tijd is omzette en het voltooid deelwoord is omgezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omzetten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. Z 4
  4. E 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omzetten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. Z 5
  4. E 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omzetten in het kort

omzetten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van omzetten staan er 145 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omzetten bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omzetten: van plaats doen verwisselen
Deel omzetten — standaardnederlands.nl