omzetbelasting
zelfstandig naamwoord /ˈɔmzɛtbəˌlɑstɪŋ/Betekenis
- belasting op de levering van goederen en diensten geheven over de omzet
Hoe spreek je omzetbelasting uit?
/ˈɔmzɛtbəˌlɑstɪŋ/
Omzetbelasting bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omzetbelastingen | meervoud |
| omzetbelastinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| omzetbelastinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van omzet en belasting
Woordfamilie van omzetbelasting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omzetbelastingen | meervoud | omzetbelasting |
| omzetbelastinkje | verkleinwoord | omzetbelasting |
| omzetbelastinkjes | verkleinwoord meervoud | omzetbelasting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omzetbelasting zijn vastgelegd.