overplaatsen
werkwoordBetekenis
- het verplaatsen van de ene plek naar de ander, gewoonlijk binnen een organisatie
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van overplaatsen
overplaatsenhele werkwoord — plaatste oververleden tijd enkelvoud — plaatsten oververleden tijd meervoud — overgeplaatstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plaats over | plaatste over |
| jij | plaatst over | plaatste over |
| hij, zij, het | plaatst over | plaatste over |
| wij | plaatsen over | plaatsten over |
| jullie | plaatsen over | plaatsten over |
| zij | plaatsen over | plaatsten over |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgeplaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgeplaatst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgeplaatst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgeplaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgeplaatst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgeplaatst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgeplaatst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgeplaatst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgeplaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te plaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen plaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal plaatsen | bijzin, toekomende tijd |
| over zou plaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden plaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt plaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen plaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen plaatsen | bijzin, toekomende tijd |
| over zult plaatsen | bijzin, toekomende tijd |
| overgeplaatst | verleden tijd, deelwoord |
| overgeplaatst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgeplaatst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgeplaatst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeplaatst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeplaatst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeplaatst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgeplaatst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgeplaatst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgeplaatst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgeplaatst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overplaats | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overplaatsend | onvoltooid, deelwoord |
| overplaatst | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overplaatste | bijzin, verleden tijd |
| overplaatsten | bijzin, verleden tijd |
| plaats over | gebiedende wijs |
| plaatste over | verleden tijd |
| te hebben overgeplaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overplaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgeplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgeplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgeplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgeplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overplaatsen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgeplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overplaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overplaatsen over zou(dt) plaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overplaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgeplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgeplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overplaatsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgeplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgeplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgeplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgeplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overplaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overplaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overplaatsen | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgeplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over bw en plaatsen ww
Woordfamilie van overplaatsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgeplaatst | voltooid deelwoord | overplaatsen |
| overgeplaatste | woordvorm | overplaatsen |
| overplaats | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overplaatsen |
| overplaatse | with-subordinate-clause | overplaatsen |
| overplaatsend | onvoltooid deelwoord | overplaatsen |
| overplaatsende | woordvorm | overplaatsen |
| overplaatst | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overplaatsen |
| overplaatste | subordinate-clause, verleden tijd | overplaatsen |
| overplaatsten | subordinate-clause, verleden tijd | overplaatsen |
| plaats over | gebiedende wijs | overplaatsen |
| plaatse over | woordvorm | overplaatsen |
| plaatsen over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overplaatsen |
| plaatst over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overplaatsen |
| plaatste over | verleden tijd | overplaatsen |
| plaatsten over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overplaatsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overplaatsen zijn vastgelegd.