Naar de inhoud

neppen

bedriegen, oplichten

neppen

werkwoord ˈnɛpə(n)

Betekenis

  1. bedriegen, oplichten
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Hoe spreek je neppen uit?

/ˈnɛpən/

Neppen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnɛpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
ɛ bed
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van neppen

neppenhele werkwoord — nepteverleden tijd enkelvoud — neptenverleden tijd meervoud — geneptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik nep nepte
jij nept nepte
hij, zij, het nept nepte
wij neppen nepten
jullie neppen nepten
zij neppen nepten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben genept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is genept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was genept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd genept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt genept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal genept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal genept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou genept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou genept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
genept verleden tijd, deelwoord
genept te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genept te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genept te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
genept te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genept worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genept zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
genept zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
genept zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is genept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nep gebiedende wijs
neppe aanvoegende wijs
neppend onvoltooid, deelwoord
nepte verleden tijd
te hebben genept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te neppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen neppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart genept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren genept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genept voltooid, verleden tijd, derde persoon
was genept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was genept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was genept voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt genept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word genept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden genept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden genept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden genept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt genept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt genept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal genept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal genept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal genept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn genept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn genept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt genept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou genept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt neppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen genept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen genept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen neppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult neppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van nep zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van neppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genept voltooid deelwoord neppen
genepte woordvorm neppen
neppend onvoltooid deelwoord neppen
neppende woordvorm neppen
nept aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon neppen
nepte verleden tijd neppen
nepten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon neppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over neppen

Hoe spreek ik neppen uit?
Zo spreek je neppen uit: /ˈnɛpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van neppen?
Neppen is een werkwoord. De betekenis is: bedriegen, oplichten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik neppen?
Zo vervoeg je neppen zo: de tegenwoordige tijd is nep, de verleden tijd is nepte en het voltooid deelwoord is genept. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op neppen?

Op neppen rijmen 10 woorden, onder andere scheppen, meppen en onderscheppen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op neppen, uitspraak ˈnɛpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
scheppen 2
meppen 2
onderscheppen 4
kleppen 2
handicappen 4
appen 2
beppen 2
feppen 2
overscheppen 4
whappen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord neppen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

neppen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

neppen telt 6 letters, waarvan 3 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

neppen in het kort

neppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van neppen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort neppen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

neppen: bedriegen, oplichten
Deel neppen — standaardnederlands.nl