Naar de inhoud

handicappen

benadelen, belemmeren

handicappen

werkwoord ˈhɛndiˌkɛpə(n)

Betekenis

  1. benadelen, belemmeren

Hoe spreek je handicappen uit?

/ˈhɛndiˌkɛpən/

Handicappen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɛndiˌkɛpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɛ bed
n nek
d dak
i riet
k kat
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van handicappen

handicappenhele werkwoord — handicapteverleden tijd enkelvoud — handicaptenverleden tijd meervoud — gehandicaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik handicap handicapte
jij handicapt handicapte
hij, zij, het handicapt handicapte
wij handicappen handicapten
jullie handicappen handicapten
zij handicappen handicapten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehandicapt verleden tijd, deelwoord
gehandicapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehandicapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehandicapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehandicapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehandicapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehandicapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehandicapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehandicapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehandicapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
handicap gebiedende wijs
handicappe aanvoegende wijs
handicappend onvoltooid, deelwoord
handicapte verleden tijd
heb gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehandicapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehandicapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te handicappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehandicapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen handicappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehandicapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt handicappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen handicappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehandicapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult handicappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Engels handicap ww

Woordfamilie van handicappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
handicappe aanvoegende wijs handicappen
handicappend onvoltooid deelwoord handicappen
handicappende woordvorm handicappen
handicapt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon handicappen
handicapte verleden tijd handicappen
handicapten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon handicappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handicappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over handicappen

Hoe spreek ik handicappen uit?
Zo spreek je handicappen uit: /ˈhɛndiˌkɛpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van handicappen?
Handicappen is een werkwoord. De betekenis is: benadelen, belemmeren.
Hoe vervoeg ik handicappen?
Zo vervoeg je handicappen zo: de tegenwoordige tijd is handicap, de verleden tijd is handicapte en het voltooid deelwoord is gehandicapt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op handicappen?

Handicappen rijmt op 10 woorden op -ppen; scheppen, meppen en onderscheppen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op handicappen, uitspraak ˈhɛndiˌkɛpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
scheppen 2
meppen 2
onderscheppen 4
neppen 2
kleppen 2
appen 2
beppen 2
feppen 2
overscheppen 4
whappen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord handicappen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. C 5
  7. A 1
  8. P 3
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

handicappen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. C 5
  7. A 1
  8. P 4
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

handicappen in het kort

handicappen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van handicappen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort handicappen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

handicappen: benadelen, belemmeren
Deel handicappen — standaardnederlands.nl