gerontofiel
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand met een seksuele voorkeur voor bejaarden
- voorkeur hebbend voor geslachtelijke liefde met bejaarden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gerontofielen | meervoud |
| gerontofieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gerontofieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Griekse 'gérōn' (genitief gérontos) (oude man) met het achtervoegsel -fiel
Woordfamilie van gerontofiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerontofiele | woordvorm | gerontofiel |
| gerontofielen | meervoud | gerontofiel |
| gerontofieltje | verkleinwoord | gerontofiel |
| gerontofieltjes | verkleinwoord meervoud | gerontofiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gerontofiel zijn vastgelegd.