necessaire
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zaktasje of bundeltje met benodigdheden voor bijvoorbeeld het naaien of het onderhoud van een pijp
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| necessaires | meervoud |
| necessairetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| necessairetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reisetui’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Woordfamilie van necessaire
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| necessaires | meervoud | necessaire |
| necessairetje | verkleinwoord | necessaire |
| necessairetjes | verkleinwoord meervoud | necessaire |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van necessaire zijn vastgelegd.