Naar de inhoud

munten

een stuk metaal omvormen tot een munt

munten is meer dan één woord

munten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmʏntə(n)

Betekenis

  1. een stuk metaal omvormen tot een munt
  2. iets of iemand als mikpunt hebben
  3. een nieuw woord introduceren

Hoe spreek je munten uit?

/ˈmʏntən/

Munten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmʏntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ʏ put
n nek
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van munten

muntenhele werkwoord — muntteverleden tijd enkelvoud — munttenverleden tijd meervoud — gemuntvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik munt muntte
jij munt muntte
hij, zij, het munt muntte
wij munten muntten
jullie munten muntten
zij munten muntten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemunt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemunt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemunt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemunt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemunt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemunt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemunt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemunt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemunt verleden tijd, deelwoord
gemunt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemunt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemunt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemunt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemunt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemunt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemunt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemunt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemunt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemunt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemunt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
munt gebiedende wijs
munte aanvoegende wijs
muntend onvoltooid, deelwoord
muntte verleden tijd
te hebben gemunt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te munten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen munten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemunt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemunt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt munten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemunt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemunt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemunt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen munten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemunt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult munten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord munt

Herkomst

In de betekenis van ‘doelen op’ voor het eerst aangetroffen in 1504

Woordfamilie van munten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
muntend onvoltooid deelwoord munten
muntende woordvorm munten
muntte verleden tijd munten
muntten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon munten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van munten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over munten

Hoe spreek ik munten uit?
Zo spreek je munten uit: /ˈmʏntə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van munten?
Munten is een werkwoord. De betekenis is: een stuk metaal omvormen tot een munt. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik munten?
Zo vervoeg je munten zo: de tegenwoordige tijd is munt, de verleden tijd is muntte en het voltooid deelwoord is gemunt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op munten?

Op munten rijmen 19 woorden, onder andere punten, ontmunten en aandachtspunten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op munten, uitspraak ˈmʏntən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
punten 2
ontmunten 3
aandachtspunten 4
aangrijpingspunten 5
aanhechtingspunten 5
aanknopingspunten 5
aanleuningspunten 5
aanlooppunten 4
aanrakingspunten 5
aansluitingspunten 5
aansluitpunten 4
aanspreekpunten 4
aanvalspunten 4
aanvangspunten 4
dunten 2
kantelpunten 4
laagtepunten 4
menstruatieproductenuitgiftepunten 12
shunten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord munten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. U 4
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

munten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. U 2
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

munten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

munten in het kort

munten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van munten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort munten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

munten: een stuk metaal omvormen tot een munt
Deel munten — standaardnederlands.nl