Naar de inhoud

punten

een punt maken (aan)

punten is meer dan één woord

punten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpʏntə(n)

Betekenis

  1. een punt maken (aan)

Hoe spreek je punten uit?

/ˈpʏntən/

Punten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpʏntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ʏ put
n nek
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. uitlopen, kiemen intransitive
  2. punten slaan in iets transitive
  3. met het werk treuzelen transitive
  4. op waterwild jagen uit een bootje transitive

Vervoeging van punten

puntenhele werkwoord — puntteverleden tijd enkelvoud — punttenverleden tijd meervoud — gepuntvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik punt puntte
jij punt puntte
hij, zij, het punt puntte
wij punten puntten
jullie punten puntten
zij punten puntten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepunt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepunt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepunt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepunt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepunt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepunt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepunt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepunt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepunt verleden tijd, deelwoord
gepunt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepunt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepunt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepunt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepunt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepunt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepunt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepunt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepunt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepunt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepunt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
punt gebiedende wijs
punte aanvoegende wijs
puntend onvoltooid, deelwoord
puntte verleden tijd
te hebben gepunt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te punten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen punten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepunt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepunt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt punten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepunt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepunt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepunt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen punten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepunt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult punten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord punt

Herkomst

ww [1]-[3]: afgeleid van punt zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van punten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
punte aanvoegende wijs punten
puntend onvoltooid deelwoord punten
puntende woordvorm punten
puntte verleden tijd punten
puntten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon punten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van punten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over punten

Hoe spreek ik punten uit?
Zo spreek je punten uit: /ˈpʏntə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van punten?
Punten is een werkwoord. De betekenis is: een punt maken (aan). In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik punten?
Zo vervoeg je punten zo: de tegenwoordige tijd is punt, de verleden tijd is puntte en het voltooid deelwoord is gepunt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op punten?

In dit woordenboek rijmen 19 woorden op -unten op punten, zoals munten, ontmunten en aandachtspunten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op punten, uitspraak ˈpʏntən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
munten 2
ontmunten 3
aandachtspunten 4
aangrijpingspunten 5
aanhechtingspunten 5
aanknopingspunten 5
aanleuningspunten 5
aanlooppunten 4
aanrakingspunten 5
aansluitingspunten 5
aansluitpunten 4
aanspreekpunten 4
aanvalspunten 4
aanvangspunten 4
dunten 2
kantelpunten 4
laagtepunten 4
menstruatieproductenuitgiftepunten 12
shunten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord punten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. U 4
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

punten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. U 2
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

punten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

punten in het kort

punten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van punten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort punten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

punten: een punt maken (aan)
Deel punten — standaardnederlands.nl