punten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpʏntə(n)Betekenis
- een punt maken (aan)
Hoe spreek je punten uit?
/ˈpʏntən/
Punten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ʏ | put |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- uitlopen, kiemen intransitive
- punten slaan in iets transitive
- met het werk treuzelen transitive
- op waterwild jagen uit een bootje transitive
Vervoeging van punten
puntenhele werkwoord — puntteverleden tijd enkelvoud — punttenverleden tijd meervoud — gepuntvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | punt | puntte |
| jij | punt | puntte |
| hij, zij, het | punt | puntte |
| wij | punten | puntten |
| jullie | punten | puntten |
| zij | punten | puntten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepunt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepunt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepunt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepunt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepunt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepunt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepunt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepunt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepunt | verleden tijd, deelwoord |
| gepunt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepunt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepunt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepunt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepunt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepunt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepunt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepunt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepunt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepunt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepunt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepunt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepunt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepunt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepunt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepunt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepunt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepunt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| punt | gebiedende wijs |
| punte | aanvoegende wijs |
| puntend | onvoltooid, deelwoord |
| puntte | verleden tijd |
| te hebben gepunt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te punten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen punten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepunt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepunt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepunt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepunt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepunt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepunt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepunt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepunt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepunt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepunt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepunt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepunt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepunt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepunt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepunt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepunt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepunt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepunt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepunt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt punten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepunt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepunt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepunt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen punten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepunt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepunt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepunt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult punten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord punt
Herkomst
ww [1]-[3]: afgeleid van punt zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van punten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| punte | aanvoegende wijs | punten |
| puntend | onvoltooid deelwoord | punten |
| puntende | woordvorm | punten |
| puntte | verleden tijd | punten |
| puntten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | punten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van punten zijn vastgelegd.