luchtbrug
zelfstandig naamwoord ˈlʏxtbrʏxBetekenis
- ononderbroken stroom van transportvliegtuigen die aan- en afvliegen om een bepaald gebied van noodzakelijke voorraden te voorzien als dat niet via land- of zeeroutes mogelijk is
- een hoge verbinding tussen twee gebouwen
Hoe spreek je luchtbrug uit?
/ˈlʏxtbrʏx/
Luchtbrug bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
| b | bak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luchtbruggen | meervoud |
| luchtbruggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luchtbruggetjes | verkleinwoord, meervoud |
| luchtbrugje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luchtbrugjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van lucht zn en brug zn
Woordfamilie van luchtbrug
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luchtbruggen | meervoud | luchtbrug |
| luchtbruggetje | verkleinwoord | luchtbrug |
| luchtbruggetjes | verkleinwoord meervoud | luchtbrug |
| luchtbrugje | verkleinwoord | luchtbrug |
| luchtbrugjes | verkleinwoord meervoud | luchtbrug |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luchtbrug zijn vastgelegd.