luchten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlʏxtə(n)Betekenis
- aan de frisse lucht blootstellen
- gevoelens uiten
Hoe spreek je luchten uit?
/ˈlʏxtən/
Luchten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van luchten
luchtenhele werkwoord — luchtteverleden tijd enkelvoud — luchttenverleden tijd meervoud — geluchtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lucht | luchtte |
| jij | lucht | luchtte |
| hij, zij, het | lucht | luchtte |
| wij | luchten | luchtten |
| jullie | luchten | luchtten |
| zij | luchten | luchtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelucht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelucht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelucht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelucht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelucht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelucht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelucht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelucht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelucht | verleden tijd, deelwoord |
| gelucht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelucht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelucht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelucht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelucht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelucht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelucht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelucht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelucht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelucht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelucht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lucht | gebiedende wijs |
| luchte | aanvoegende wijs |
| luchtend | onvoltooid, deelwoord |
| luchtte | verleden tijd |
| te hebben gelucht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te luchten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen luchten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelucht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelucht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt luchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelucht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelucht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelucht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen luchten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelucht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult luchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lucht
Herkomst
afgeleid van lucht met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van luchten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelucht | voltooid deelwoord | luchten |
| geluchte | woordvorm | luchten |
| luchte | aanvoegende wijs | luchten |
| luchtend | onvoltooid deelwoord | luchten |
| luchtende | woordvorm | luchten |
| luchtte | verleden tijd | luchten |
| luchtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | luchten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luchten zijn vastgelegd.