gelaten
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zonder de behoefte zich te weren, zich schikkend in zijn lot
- op gelaten wijze
Woordvorm
- voltooid deelwoord van laten
Vervoeging van gelaten
gelatenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gelaat
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘in het lot berustend’ voor het eerst aangetroffen in 1461
Woordfamilie van gelaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelatener | woordvorm | gelaten |
| gelateners | woordvorm | gelaten |
| gelatens | woordvorm | gelaten |
| gelatenst | woordvorm | gelaten |
| gelatenste | woordvorm | gelaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelaten zijn vastgelegd.