Naar de inhoud

belagen

agressief zijn jegens iemand

belagen is meer dan één woord

belagen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. agressief zijn jegens iemand
  2. opdringerig iets vragen

werkwoord

  1. iemand agressief/intimiderend benaderen transitive
  2. opdringerig iets (proberen te) vragen

Vervoeging van belagen

belagenhele werkwoord — belaagdeverleden tijd enkelvoud — belaagdenverleden tijd meervoud — belaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik belaag belaagde
jij belaagt belaagde
hij, zij, het belaagt belaagde
wij belagen belaagden
jullie belagen belaagden
zij belagen belaagden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
belaag gebiedende wijs
belaagd verleden tijd, deelwoord
belaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
belaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
belaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belaagde verleden tijd
belage aanvoegende wijs
belagend onvoltooid, deelwoord
ben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is belaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was belaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd belaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt belaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal belaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal belaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou belaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou belaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te belagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben belaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van beliggen

Vervoeging van belagen

belagenhele werkwoord — belaagdeverleden tijd enkelvoud — belaagdenverleden tijd meervoud — belaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik belaag belaagde
jij belaagt belaagde
hij, zij, het belaagt belaagde
wij belagen belaagden
jullie belagen belaagden
zij belagen belaagden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
belaag gebiedende wijs
belaagd verleden tijd, deelwoord
belaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
belaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
belaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belaagde verleden tijd
belage aanvoegende wijs
belagend onvoltooid, deelwoord
ben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is belaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was belaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd belaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt belaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal belaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal belaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou belaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou belaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te belagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben belaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was belaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was belaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was belaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt belaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt belaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt belaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt belaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult belaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord belag

Herkomst

In de betekenis van ‘bedreigen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van belagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
belaag gebiedende wijs belagen
belaagd voltooid deelwoord belagen
belaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon belagen
belage aanvoegende wijs belagen
belagend onvoltooid deelwoord belagen
belagende woordvorm belagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belagen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over belagen

Wat is de betekenis van belagen?
Belagen is een werkwoord. De betekenis is: agressief zijn jegens iemand. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik belagen?
Zo vervoeg je belagen zo: de tegenwoordige tijd is belaag, de verleden tijd is belaagde en het voltooid deelwoord is belaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord belagen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

belagen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

belagen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

belagen in het kort

belagen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van belagen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort belagen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

belagen: agressief zijn jegens iemand
Deel belagen — standaardnederlands.nl