laagseizoen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- is de periode buiten het hoogseizoen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| laagseizoenen | meervoud |
| laagseizoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| laagseizoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van laag en seizoen
Woordfamilie van laagseizoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laagseizoenen | meervoud | laagseizoen |
| laagseizoentje | verkleinwoord | laagseizoen |
| laagseizoentjes | verkleinwoord meervoud | laagseizoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laagseizoen zijn vastgelegd.