transmissie
zelfstandig naamwoord trɑnsˈmɪsiBetekenis
- constructie waarmee de beweging van een aandrijvend onderdeel wordt overgebracht naar een aangedreven onderdeel, zodat de gewenste richting, snelheid en kracht van de beweging van dit aangedreven onderdeel zo efficiënt mogelijk bereikt wordt
- blootstelling aan een ziektekiem
- overzending van gegevens van een zender naar een ontvanger
- doorlating van straling of golven
Hoe spreek je transmissie uit?
/trɑnsˈmɪsi/
Transmissie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transmissies | meervoud |
| transmissietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| transmissietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Latijn transmissio "overtocht", in de betekenis van ‘overbrenging’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van transmissie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transmissies | meervoud | transmissie |
| transmissietje | verkleinwoord | transmissie |
| transmissietjes | verkleinwoord meervoud | transmissie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transmissie zijn vastgelegd.