kaartenhuis
zelfstandig naamwoord ˈkartə(n)ˌhœysBetekenis
- een constructie van tegen elkaar gezette speelkaarten.
- een constructie de makkelijk in elkaar stort, een niet stevig constructie
Hoe spreek je kaartenhuis uit?
/ˈkartənˌhœys/
Kaartenhuis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- constructie van tegen elkaar gezette speelkaarten
- constructie de makkelijk in elkaar stort, een niet stevig constructie figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kaartenhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kaartenhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| kaartenhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kaart zn en huis zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van kaartenhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaartenhuisje | verkleinwoord | kaartenhuis |
| kaartenhuisjes | verkleinwoord meervoud | kaartenhuis |
| kaartenhuizen | meervoud | kaartenhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaartenhuis zijn vastgelegd.