achterhuis
zelfstandig naamwoord ˈɑxtɛrˌhœysBetekenis
- een bouwsel dat achter een huis wordt gebouwd en daar ook mee in verbinding staat
Hoe spreek je achterhuis uit?
/ˈɑxtɛrˌhœys/
Achterhuis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achterhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| achterhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van achter en huis
Woordfamilie van achterhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterhuisje | verkleinwoord | achterhuis |
| achterhuisjes | verkleinwoord meervoud | achterhuis |
| achterhuizen | meervoud | achterhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterhuis zijn vastgelegd.