Oranjehuis
zelfstandig naamwoord oˈrɑɲəˌhœysBetekenis
- adellijk geslacht dat door afstamming van Willem de Zwijger aanspraak kan maken op de titel 'Prins van Oranje-Nassau'
Hoe spreek je Oranjehuis uit?
/oˈrɑnjəˌhœys/
Oranjehuis bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| j | ja |
| ə | de |
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- adellijk geslacht dat door afstamming van Willem de Zwijger aanspraak kan maken op de titel "Prins van Oranje-Nassau"
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (Oranjehuizen) * | meervoud |
Herkomst
samenstelling van Oranje en en huis zn
Woordfamilie van Oranjehuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Oranjehuizen | meervoud | Oranjehuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Oranjehuis zijn vastgelegd.