innen
werkwoordBetekenis
- verschuldigd geld in ontvangst nemen
Vervoeging van innen
innenhele werkwoord — indeverleden tijd enkelvoud — indenverleden tijd meervoud — geïndvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | in | inde |
| jij | int | inde |
| hij, zij, het | int | inde |
| wij | innen | inden |
| jullie | innen | inden |
| zij | innen | inden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïnd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in | gebiedende wijs |
| inde | verleden tijd |
| inne | aanvoegende wijs |
| innend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te innen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen innen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïnd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt innen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen innen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult innen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘invorderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1268
Woordfamilie van innen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnd | voltooid deelwoord | innen |
| geïnde | woordvorm | innen |
| inde | verleden tijd | innen |
| inden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | innen |
| inne | aanvoegende wijs | innen |
| innend | onvoltooid deelwoord | innen |
| innende | woordvorm | innen |
| int | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | innen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van innen zijn vastgelegd.