oogsten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈoxstə(n)Betekenis
- het volgroeide gewas van het veld halen
- als reactie krijgen
- het vergassen en villen van dieren zoals nertsen
Hoe spreek je oogsten uit?
/ˈoxstən/
Oogsten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| x | acht |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van oogsten
oogstenhele werkwoord — oogstteverleden tijd enkelvoud — oogsttenverleden tijd meervoud — geoogstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | oogst | oogstte |
| jij | oogst | oogstte |
| hij, zij, het | oogst | oogstte |
| wij | oogsten | oogstten |
| jullie | oogsten | oogstten |
| zij | oogsten | oogstten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geoogst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geoogst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geoogst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geoogst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geoogst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geoogst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geoogst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geoogst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geoogst | verleden tijd, deelwoord |
| geoogst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geoogst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geoogst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geoogst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geoogst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geoogst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geoogst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geoogst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geoogst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geoogst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geoogst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| oogst | gebiedende wijs |
| oogste | aanvoegende wijs |
| oogstend | onvoltooid, deelwoord |
| oogstte | verleden tijd |
| te hebben geoogst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te oogsten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oogsten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geoogst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oogsten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geoogst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oogsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord oogst
Woordfamilie van oogsten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geoogst | voltooid deelwoord | oogsten |
| geoogste | woordvorm | oogsten |
| oogste | aanvoegende wijs | oogsten |
| oogstend | onvoltooid deelwoord | oogsten |
| oogstende | woordvorm | oogsten |
| oogstte | verleden tijd | oogsten |
| oogstten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | oogsten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oogsten zijn vastgelegd.