plukken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'plɵkə(n)/Betekenis
- (bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten
- ontdoen van de veren
- iemand geld afzetten
- een door de lucht vliegende bal grijpen
Hoe spreek je plukken uit?
/ˈplɵkən/
Plukken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɵ | put |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- afbreken of oogsten; vruchten oogsten transitive
Vervoeging van plukken
plukkenhele werkwoord — plukteverleden tijd enkelvoud — pluktenverleden tijd meervoud — gepluktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pluk | plukte |
| jij | plukt | plukte |
| hij, zij, het | plukt | plukte |
| wij | plukken | plukten |
| jullie | plukken | plukten |
| zij | plukken | plukten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geplukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplukt | verleden tijd, deelwoord |
| geplukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pluk | gebiedende wijs |
| plukke | aanvoegende wijs |
| plukkend | onvoltooid, deelwoord |
| plukte | verleden tijd |
| te hebben geplukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pluk
Herkomst
Ontwikkeld uit Middelnederlands plocken, plucken (1240), uit Germaans *plukkōn-, *plukkjan- “plukken”, verwant aan Engels pluck, Duits pflücken, Deens plukke, Noors plukke, Zweeds plocka, enz.
Woordfamilie van plukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplukt | voltooid deelwoord | plukken |
| plukke | aanvoegende wijs | plukken |
| plukkend | onvoltooid deelwoord | plukken |
| plukkende | woordvorm | plukken |
| plukt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plukken |
| plukte | verleden tijd | plukken |
| plukten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plukken zijn vastgelegd.