Naar de inhoud

plukken

(bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten

plukken is meer dan één woord

plukken

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'plɵkə(n)/

Betekenis

  1. (bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten
  2. ontdoen van de veren
  3. iemand geld afzetten
  4. een door de lucht vliegende bal grijpen

Hoe spreek je plukken uit?

/ˈplɵkən/

Plukken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈplɵkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
l land
ɵ put
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. afbreken of oogsten; vruchten oogsten transitive

Vervoeging van plukken

plukkenhele werkwoord — plukteverleden tijd enkelvoud — pluktenverleden tijd meervoud — gepluktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pluk plukte
jij plukt plukte
hij, zij, het plukt plukte
wij plukken plukten
jullie plukken plukten
zij plukken plukten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geplukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geplukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geplukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geplukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geplukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geplukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geplukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geplukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geplukt verleden tijd, deelwoord
geplukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geplukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geplukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geplukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geplukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geplukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geplukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geplukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geplukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geplukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geplukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geplukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geplukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geplukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pluk gebiedende wijs
plukke aanvoegende wijs
plukkend onvoltooid, deelwoord
plukte verleden tijd
te hebben geplukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te plukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen plukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geplukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geplukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geplukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geplukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geplukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geplukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geplukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geplukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geplukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geplukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geplukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geplukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geplukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geplukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geplukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geplukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geplukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geplukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt plukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geplukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen plukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geplukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geplukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geplukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult plukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pluk

Herkomst

Ontwikkeld uit Middelnederlands plocken, plucken (1240), uit Germaans *plukkōn-, *plukkjan- “plukken”, verwant aan Engels pluck, Duits pflücken, Deens plukke, Noors plukke, Zweeds plocka, enz.

Woordfamilie van plukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geplukt voltooid deelwoord plukken
plukke aanvoegende wijs plukken
plukkend onvoltooid deelwoord plukken
plukkende woordvorm plukken
plukt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon plukken
plukte verleden tijd plukken
plukten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon plukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plukken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over plukken

Hoe spreek ik plukken uit?
Zo spreek je plukken uit: /'plɵkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van plukken?
Plukken is een werkwoord. De betekenis is: (bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik plukken?
Zo vervoeg je plukken zo: de tegenwoordige tijd is pluk, de verleden tijd is plukte en het voltooid deelwoord is geplukt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord plukken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

plukken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. U 2
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

plukken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

plukken in het kort

plukken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van plukken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort plukken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

plukken: (bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten
Deel plukken — standaardnederlands.nl