inzamelen
werkwoordBetekenis
- bijeenbrengen
Vervoeging van inzamelen
inzamelenhele werkwoord — zamelde inverleden tijd enkelvoud — zamelden inverleden tijd meervoud — ingezameldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zamel in | zamelde in |
| jij | zamelt in | zamelde in |
| hij, zij, het | zamelt in | zamelde in |
| wij | zamelen in | zamelden in |
| jullie | zamelen in | zamelden in |
| zij | zamelen in | zamelden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezameld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezameld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezameld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezameld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezameld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezameld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezameld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezameld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezameld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zamelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zamelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zamelen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zamelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zamelen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zamelen | bijzin, toekomende tijd |
| ingezameld | verleden tijd, deelwoord |
| ingezameld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezameld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezameld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezameld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezameld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezameld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezameld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezameld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezameld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezameld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzamel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzamelde | bijzin, verleden tijd |
| inzamelden | bijzin, verleden tijd |
| inzamelend | onvoltooid, deelwoord |
| inzamelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezameld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzamelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezameld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezameld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzamelen | bijzin, toekomende tijd |
| zamel in | gebiedende wijs |
| zamelde in | verleden tijd |
| zijn ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzamelen in zou(dt) zamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzamelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezameld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezameld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezameld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzamelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzamelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezameld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en zamelen ww
Woordfamilie van inzamelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingezameld | voltooid deelwoord | inzamelen |
| ingezamelde | woordvorm | inzamelen |
| inzamel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzamelen |
| inzamelde | subordinate-clause, verleden tijd | inzamelen |
| inzamelden | subordinate-clause, verleden tijd | inzamelen |
| inzamele | with-subordinate-clause | inzamelen |
| inzamelend | onvoltooid deelwoord | inzamelen |
| inzamelende | woordvorm | inzamelen |
| inzamelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzamelen |
| zamel in | gebiedende wijs | inzamelen |
| zamelde in | verleden tijd | inzamelen |
| zamelden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inzamelen |
| zamele in | woordvorm | inzamelen |
| zamelen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inzamelen |
| zamelt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inzamelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzamelen zijn vastgelegd.