inmaken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- conserveren (d.m.v. inleggen in zout of een marinade of ander conserveermiddel)
- verslaan
Vervoeging van inmaken
inmakenhele werkwoord — maakte inverleden tijd enkelvoud — maakten inverleden tijd meervoud — ingemaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | maak in | maakte in |
| jij | maakt in | maakte in |
| hij, zij, het | maakt in | maakte in |
| wij | maken in | maakten in |
| jullie | maken in | maakten in |
| zij | maken in | maakten in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingemaakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingemaakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingemaakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingemaakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te maken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal maken | bijzin, toekomende tijd |
| in zou maken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden maken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt maken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen maken | bijzin, toekomende tijd |
| in zult maken | bijzin, toekomende tijd |
| ingemaakt | verleden tijd, deelwoord |
| ingemaakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingemaakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingemaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingemaakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingemaakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingemaakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingemaakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingemaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingemaakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingemaakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inmaak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inmaakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inmaakte | bijzin, verleden tijd |
| inmaakten | bijzin, verleden tijd |
| inmakend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| maak in | gebiedende wijs |
| maakte in | verleden tijd |
| te hebben ingemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inmaken in zou(dt) maken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inmaak
Herkomst
samenstelling van in en maken
Woordfamilie van inmaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingemaakt | voltooid deelwoord | inmaken |
| ingemaakte | woordvorm | inmaken |
| inmaakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inmaken |
| inmaakte | subordinate-clause, verleden tijd | inmaken |
| inmaakten | subordinate-clause, verleden tijd | inmaken |
| inmake | with-subordinate-clause | inmaken |
| inmakend | onvoltooid deelwoord | inmaken |
| inmakende | woordvorm | inmaken |
| maak in | gebiedende wijs | inmaken |
| maakt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inmaken |
| maakte in | verleden tijd | inmaken |
| maakten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inmaken |
| make in | woordvorm | inmaken |
| maken in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inmaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inmaken zijn vastgelegd.