Naar de inhoud

inmaken

conserveren (d.m.v. inleggen in zout of een marinade of ander conserveermiddel)

inmaken is meer dan één woord

inmaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. conserveren (d.m.v. inleggen in zout of een marinade of ander conserveermiddel)
  2. verslaan

Vervoeging van inmaken

inmakenhele werkwoord — maakte inverleden tijd enkelvoud — maakten inverleden tijd meervoud — ingemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak in maakte in
jij maakt in maakte in
hij, zij, het maakt in maakte in
wij maken in maakten in
jullie maken in maakten in
zij maken in maakten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal maken bijzin, toekomende tijd
in zou maken bijzin, voorwaardelijk
in zouden maken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
in zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen maken bijzin, toekomende tijd
in zult maken bijzin, toekomende tijd
ingemaakt verleden tijd, deelwoord
ingemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inmaak bijzin, tegenwoordige tijd
inmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
inmaakte bijzin, verleden tijd
inmaakten bijzin, verleden tijd
inmakend onvoltooid, deelwoord
is ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak in gebiedende wijs
maakte in verleden tijd
te hebben ingemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inmaken bijzin, toekomende tijd
zijn ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inmaken in zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inmaken bijzin, toekomende tijd
zult ingemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inmaak

Herkomst

samenstelling van in en maken

Woordfamilie van inmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingemaakt voltooid deelwoord inmaken
ingemaakte woordvorm inmaken
inmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inmaken
inmaakte subordinate-clause, verleden tijd inmaken
inmaakten subordinate-clause, verleden tijd inmaken
inmake with-subordinate-clause inmaken
inmakend onvoltooid deelwoord inmaken
inmakende woordvorm inmaken
maak in gebiedende wijs inmaken
maakt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inmaken
maakte in verleden tijd inmaken
maakten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inmaken
make in woordvorm inmaken
maken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inmaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inmaken

Wat is de betekenis van inmaken?
Inmaken is een werkwoord. De betekenis is: conserveren (d.m.v. inleggen in zout of een marinade of ander conserveermiddel). In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inmaken?
Zo vervoeg je inmaken zo: het voltooid deelwoord is ingemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inmaken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. M 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inmaken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. M 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inmaken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inmaken in het kort

inmaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inmaken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inmaken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inmaken: conserveren (d.m.v. inleggen in zout of een marinade of ander conserveermiddel)
Deel inmaken — standaardnederlands.nl