inmengen
werkwoord /ˈɪnmɛŋə(n)/Betekenis
- geleidelijk toevoegen op zo'n manier dat het toegevoegde in het geheel opgaat en daarin niet meer is te onderscheiden
- bemoeien met zaken waar men niet over gaat, waar men niet vanzelfsprekend bij betrokken is
Hoe spreek je inmengen uit?
/ˈɪnmɛŋən/
Inmengen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inmengen
inmengenhele werkwoord — mengde inverleden tijd enkelvoud — mengden inverleden tijd meervoud — ingemengdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | meng in | mengde in |
| jij | mengt in | mengde in |
| hij, zij, het | mengt in | mengde in |
| wij | mengen in | mengden in |
| jullie | mengen in | mengden in |
| zij | mengen in | mengden in |
Alle 87 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingemengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingemengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingemengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingemengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingemengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingemengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingemengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingemengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te mengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen mengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal mengen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou mengen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden mengen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt mengen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen mengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen mengen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult mengen | bijzin, toekomende tijd |
| ingemengd | verleden tijd, deelwoord |
| ingemengd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingemengd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inmeng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inmengde | bijzin, verleden tijd |
| inmengden | bijzin, verleden tijd |
| inmengend | onvoltooid, deelwoord |
| inmengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meng in | gebiedende wijs |
| meng u/je in, mengt je in | gebiedende wijs |
| mengde in | verleden tijd |
| te hebben ingemengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inmengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inmengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal me inmengen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich inmengen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je inmengen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich ingemengd hebben | verleden tijd |
| zich inmengend | onvoltooid, deelwoord |
| zou ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inmengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inmengen in zou(dt) mengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inmengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inmengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inmengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inmengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen je inmengen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons inmengen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich inmengen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult ingemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inmengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inmengen | bijzin, toekomende tijd |
| zult u inmengen | tweede persoon |
| zult u inmengen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u inmengen | tweede persoon |
| zult zich/u inmengen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult/zal inmengen in zult/zal mengen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in en mengen
Woordfamilie van inmengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingemengd | voltooid deelwoord | inmengen |
| inmeng | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inmengen |
| inmengde | subordinate-clause, verleden tijd | inmengen |
| inmengden | subordinate-clause, verleden tijd | inmengen |
| inmenge | with-subordinate-clause | inmengen |
| inmengend | onvoltooid deelwoord | inmengen |
| inmengende | woordvorm | inmengen |
| inmengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inmengen |
| meng in | gebiedende wijs | inmengen |
| mengde in | verleden tijd | inmengen |
| mengden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inmengen |
| menge in | woordvorm | inmengen |
| mengen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inmengen |
| mengt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inmengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inmengen zijn vastgelegd.