marineren
werkwoordBetekenis
- in een marinade van azijn of wijn en kruiden leggen van sommige vlees en vissoorten alvorens verder te bewerken
Vervoeging van marineren
marinerenhele werkwoord — marineerdeverleden tijd enkelvoud — marineerdenverleden tijd meervoud — gemarineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | marineer | marineerde |
| jij | marineert | marineerde |
| hij, zij, het | marineert | marineerde |
| wij | marineren | marineerden |
| jullie | marineren | marineerden |
| zij | marineren | marineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemarineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemarineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemarineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemarineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemarineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemarineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemarineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemarineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemarineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemarineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemarineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemarineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemarineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemarineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemarineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemarineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemarineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemarineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemarineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemarineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemarineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemarineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemarineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemarineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemarineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemarineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemarineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| marineer | gebiedende wijs |
| marineerde | verleden tijd |
| marinere | aanvoegende wijs |
| marinerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemarineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te marineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen marineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemarineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemarineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemarineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemarineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemarineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemarineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemarineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemarineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemarineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemarineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemarineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemarineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemarineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt marineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemarineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemarineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemarineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen marineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemarineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemarineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemarineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult marineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in azijn of wijn kruiden’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van marineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemarineerd | voltooid deelwoord | marineren |
| marineer | gebiedende wijs | marineren |
| marineerde | verleden tijd | marineren |
| marineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | marineren |
| marineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | marineren |
| marinere | aanvoegende wijs | marineren |
| marinerend | onvoltooid deelwoord | marineren |
| marinerende | woordvorm | marineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marineren zijn vastgelegd.