houding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pose; manier van doen
- gedragslijn, opstelling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houdingen | meervoud |
| houdinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houdinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘wijze waarop men het lichaam houdt’ voor het eerst aangetroffen in 1719
Woordfamilie van houding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houdingen | meervoud | houding |
| houdinkje | verkleinwoord | houding |
| houdinkjes | verkleinwoord meervoud | houding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houding zijn vastgelegd.