nollen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈnɔlə(n)Betekenis
- (ver)neuken
- dutten, slapen
Hoe spreek je nollen uit?
/ˈnɔlən/
Nollen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- neuken transitive
Vervoeging van nollen
nollenhele werkwoord — noldeverleden tijd enkelvoud — noldenverleden tijd meervoud — genoldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nol | nolde |
| jij | nolt | nolde |
| hij, zij, het | nolt | nolde |
| wij | nollen | nolden |
| jullie | nollen | nolden |
| zij | nollen | nolden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genold | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genold | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genold worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genold zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genold worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genold zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| genold | verleden tijd, deelwoord |
| genold te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genold te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genold te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genold te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genold worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genold zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genold zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genold zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nol | gebiedende wijs |
| nolde | verleden tijd |
| nolle | aanvoegende wijs |
| nollend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord nol
- meervoud van het zelfstandig naamwoord nolle
Herkomst
ww van Duits nollen "neuken, op- en neergaande beweging maken", verwant aan Nederlands nol zn "duin" en Middelhoogduits nol "schaamheuvel" De intransitieve betekenis staat (nog) niet in woordenboeken en is niet algemeen gangbaar, maar is volledigheidshalve toch vermeld omdat die wel meermaals in recente omgangstaal is te vinden, terwijl overgankelijke betekenis verouderd lijkt.
Woordfamilie van nollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nollend | onvoltooid deelwoord | nollen |
| nollende | woordvorm | nollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nollen zijn vastgelegd.