Naar de inhoud

snellen

zich snel voortbewegen, hardlopen, hollen, rennen

snellen

werkwoord

Betekenis

  1. zich snel voortbewegen, hardlopen, hollen, rennen

Vervoeging van snellen

snellenhele werkwoord — sneldeverleden tijd enkelvoud — sneldenverleden tijd meervoud — gesneldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snel snelde
jij snelt snelde
hij, zij, het snelt snelde
wij snellen snelden
jullie snellen snelden
zij snellen snelden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gesneld verleden tijd, deelwoord
gesneld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesneld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snel gebiedende wijs
snelde verleden tijd
snelle aanvoegende wijs
snellend onvoltooid, deelwoord
te snellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gesneld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesneld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesneld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesneld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesneld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesneld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesneld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesneld voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesneld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesneld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesneld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesneld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van snel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van snellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesneld voltooid deelwoord snellen
snelde verleden tijd snellen
snelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snellen
snellend onvoltooid deelwoord snellen
snellende woordvorm snellen
snelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snellen

Wat is de betekenis van snellen?
Snellen is een werkwoord. De betekenis is: zich snel voortbewegen, hardlopen, hollen, rennen.
Hoe vervoeg ik snellen?
Zo vervoeg je snellen zo: de tegenwoordige tijd is snel, de verleden tijd is snelde en het voltooid deelwoord is gesneld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snellen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snellen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snellen telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snellen in het kort

snellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van snellen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snellen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snellen: zich snel voortbewegen, hardlopen, hollen, rennen
Deel snellen — standaardnederlands.nl