herwerken
werkwoord /ɦɛr'wɛrkə(n)/Betekenis
- iets opnieuw doen, iets overdoen
Hoe spreek je herwerken uit?
/hɛrˈwɛrkən/
Herwerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| w | quiz |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van herwerken
herwerkenhele werkwoord — herwerkteverleden tijd enkelvoud — herwerktenverleden tijd meervoud — herwerktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herwerk | herwerkte |
| jij | herwerkt | herwerkte |
| hij, zij, het | herwerkt | herwerkte |
| wij | herwerken | herwerkten |
| jullie | herwerken | herwerkten |
| zij | herwerken | herwerkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herwerkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herwerkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herwerkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herwerkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herwerkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herwerkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herwerkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herwerkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herwerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herwerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herwerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herwerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herwerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herwerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herwerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herwerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herwerk | gebiedende wijs |
| herwerke | aanvoegende wijs |
| herwerkend | onvoltooid, deelwoord |
| herwerkt | verleden tijd, deelwoord |
| herwerkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herwerkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herwerkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herwerkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herwerkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herwerkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herwerkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herwerkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herwerkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herwerkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herwerkte | verleden tijd |
| is herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herwerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herwerken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herwerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herwerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herwerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herwerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herwerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herwerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herwerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herwerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herwerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herwerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herwerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herwerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herwerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herwerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herwerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herwerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herwerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herwerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herwerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herwerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herwerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herwerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van werken met het voorvoegsel her-.
Woordfamilie van herwerken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herwerk | gebiedende wijs | herwerken |
| herwerke | aanvoegende wijs | herwerken |
| herwerkend | onvoltooid deelwoord | herwerken |
| herwerkende | woordvorm | herwerken |
| herwerkt | voltooid deelwoord | herwerken |
| herwerkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herwerken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herwerken zijn vastgelegd.