Naar de inhoud

versterken

krachtiger maken

versterken

werkwoord vərˈstɛrkə(n)

Betekenis

  1. krachtiger maken
  2. het aantal vergroten
  3. beter bestand maken tegen aanvallen
  4. een elektrisch signaal in spanning doen toenemen

Hoe spreek je versterken uit?

/vərˈstɛrkən/

Versterken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈstɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
s sok
t tak
ɛ bed
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van versterken

versterkenhele werkwoord — versterkteverleden tijd enkelvoud — versterktenverleden tijd meervoud — versterktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versterk versterkte
jij versterkt versterkte
hij, zij, het versterkt versterkte
wij versterken versterkten
jullie versterken versterkten
zij versterken versterkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is versterkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was versterkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd versterkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt versterkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal versterkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal versterkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou versterkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou versterkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had versterkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had versterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had versterkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden versterkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden versterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden versterkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt versterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versterkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben versterkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te versterken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen versterken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versterk gebiedende wijs
versterke aanvoegende wijs
versterkend onvoltooid, deelwoord
versterkt verleden tijd, deelwoord
versterkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versterkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versterkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versterkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versterkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versterkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versterkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versterkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versterkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
versterkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versterkte verleden tijd
waart versterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versterkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren versterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versterkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was versterkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was versterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was versterkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt versterkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word versterkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden versterkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden versterkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden versterkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt versterkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt versterkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal versterkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versterkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt versterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt versterken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt versterkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen versterken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versterkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versterkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versterkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult versterken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult versterkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versterkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versterkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van sterken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van versterken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versterk gebiedende wijs versterken
versterke aanvoegende wijs versterken
versterkt voltooid deelwoord versterken
versterkte verleden tijd versterken
versterkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon versterken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versterken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over versterken

Hoe spreek ik versterken uit?
Zo spreek je versterken uit: /vərˈstɛrkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van versterken?
Versterken is een werkwoord. De betekenis is: krachtiger maken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik versterken?
Zo vervoeg je versterken zo: de tegenwoordige tijd is versterk, de verleden tijd is versterkte en het voltooid deelwoord is versterkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op versterken?

In dit woordenboek rijmen 29 woorden op -erken op versterken, zoals beperken, merken en verwerken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op versterken, uitspraak vərˈstɛrkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beperken 3
merken 2
verwerken 3
bewerken 3
deltawerken 4
overwerken 4
gemeentewerken 5
herwerken 3
tekstverwerken 4
beeldsnijwerken 4
dorpskerken 4
hallenkerken 4
kapittelkerken 5
kerken 2
kledingmerken 4
kloosterkerken 4
klungelwerken 4
koepelkerken 4
kruiskoepelkerken 5
kwelderwerken 4
parochiekerken 5
partnerkerken 4
pauluskerken 4
roffelwerken 4
tjerken 2
verbouwingswerken 5
waterstaatskerken 5
wegeniswerken 5
wereldkerken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord versterken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

versterken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

versterken in het kort

versterken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van versterken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort versterken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

versterken: krachtiger maken
Deel versterken — standaardnederlands.nl