versterken
werkwoord vərˈstɛrkə(n)Betekenis
- krachtiger maken
- het aantal vergroten
- beter bestand maken tegen aanvallen
- een elektrisch signaal in spanning doen toenemen
Hoe spreek je versterken uit?
/vərˈstɛrkən/
Versterken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van versterken
versterkenhele werkwoord — versterkteverleden tijd enkelvoud — versterktenverleden tijd meervoud — versterktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versterk | versterkte |
| jij | versterkt | versterkte |
| hij, zij, het | versterkt | versterkte |
| wij | versterken | versterkten |
| jullie | versterken | versterkten |
| zij | versterken | versterkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is versterkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was versterkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd versterkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt versterkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal versterkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal versterkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou versterkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou versterkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had versterkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had versterkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had versterkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden versterkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden versterkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden versterkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt versterkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben versterkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben versterkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te versterken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen versterken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versterk | gebiedende wijs |
| versterke | aanvoegende wijs |
| versterkend | onvoltooid, deelwoord |
| versterkt | verleden tijd, deelwoord |
| versterkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| versterkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| versterkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versterkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versterkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versterkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| versterkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| versterkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versterkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versterkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versterkte | verleden tijd |
| waart versterkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren versterkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren versterkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren versterkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was versterkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was versterkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was versterkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt versterkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word versterkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden versterkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden versterkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden versterkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt versterkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt versterkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal versterkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versterkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt versterkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt versterken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt versterkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt versterkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen versterken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versterkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen versterkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen versterkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult versterken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult versterkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult versterkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult versterkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van sterken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van versterken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| versterk | gebiedende wijs | versterken |
| versterke | aanvoegende wijs | versterken |
| versterkt | voltooid deelwoord | versterken |
| versterkte | verleden tijd | versterken |
| versterkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | versterken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versterken zijn vastgelegd.