Naar de inhoud

bewerken

veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken

bewerken

werkwoord /bə'wɛrkə(n)/

Betekenis

  1. veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken
  2. een bestand of map wijzigen om voor een ander doel geschikt te maken
  3. proberen iemand van mening laten veranderen
  4. iets met een mes anders maken

Hoe spreek je bewerken uit?

/bəˈwɛrkən/

Bewerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈwɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
w quiz
ɛ bed
r rood
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. land geschikt maken voor het planten van gewassen

Vervoeging van bewerken

bewerkenhele werkwoord — bewerkteverleden tijd enkelvoud — bewerktenverleden tijd meervoud — bewerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bewerk bewerkte
jij bewerkt bewerkte
hij, zij, het bewerkt bewerkte
wij bewerken bewerkten
jullie bewerken bewerkten
zij bewerken bewerkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bewerk gebiedende wijs
bewerke aanvoegende wijs
bewerkend onvoltooid, deelwoord
bewerkt verleden tijd, deelwoord
bewerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewerkte verleden tijd
er is bewerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bewerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bewerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bewerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bewerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bewerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bewerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bewerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bewerken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bewerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bewerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bewerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bewerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bewerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van werken met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van bewerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bewerk gebiedende wijs bewerken
bewerke aanvoegende wijs bewerken
bewerkend onvoltooid deelwoord bewerken
bewerkende woordvorm bewerken
bewerkt voltooid deelwoord bewerken
bewerkte verleden tijd bewerken
bewerkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bewerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewerken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bewerken

Hoe spreek je bewerken uit?
De uitspraak van bewerken is: /bə'wɛrkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bewerken?
Bewerken is een werkwoord. Het woord betekent: veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bewerken?
Je vervoegt bewerken als volgt: de tegenwoordige tijd is bewerk, de verleden tijd is bewerkte en het voltooid deelwoord is bewerkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bewerken?

Bewerken rijmt op 29 woorden op -erken; beperken, merken en verwerken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bewerken, uitspraak bəˈwɛrkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beperken 3
merken 2
verwerken 3
versterken 3
deltawerken 4
overwerken 4
gemeentewerken 5
herwerken 3
tekstverwerken 4
beeldsnijwerken 4
dorpskerken 4
hallenkerken 4
kapittelkerken 5
kerken 2
kledingmerken 4
kloosterkerken 4
klungelwerken 4
koepelkerken 4
kruiskoepelkerken 5
kwelderwerken 4
parochiekerken 5
partnerkerken 4
pauluskerken 4
roffelwerken 4
tjerken 2
verbouwingswerken 5
waterstaatskerken 5
wegeniswerken 5
wereldkerken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bewerken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. R 2
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bewerken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. R 2
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bewerken in het kort

bewerken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bewerken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bewerken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bewerken: veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken
Deel bewerken — standaardnederlands.nl