Naar de inhoud

verwerken

een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen

verwerken

werkwoord /vərˈʋɛrkə(n)/

Betekenis

  1. een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen
  2. eten en daarna verteren
  3. overdrachtelijk: geestelijk in het reine komen met een moeilijkheid of verandering

Hoe spreek je verwerken uit?

/vərˈwɛrkən/

Verwerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈwɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
w quiz
ɛ bed
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verwerken

verwerkenhele werkwoord — verwerkteverleden tijd enkelvoud — verwerktenverleden tijd meervoud — verwerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwerk verwerkte
jij verwerkt verwerkte
hij, zij, het verwerkt verwerkte
wij verwerken verwerkten
jullie verwerken verwerkten
zij verwerken verwerkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verwerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verwerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verwerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verwerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verwerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verwerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verwerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verwerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verwerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verwerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verwerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verwerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verwerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwerken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwerk gebiedende wijs
verwerke aanvoegende wijs
verwerkend onvoltooid, deelwoord
verwerkt verleden tijd, deelwoord
verwerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwerkte verleden tijd
waart verwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verwerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verwerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verwerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verwerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verwerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verwerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verwerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verwerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verwerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verwerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van werken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verwerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwerk gebiedende wijs verwerken
verwerke aanvoegende wijs verwerken
verwerkend onvoltooid deelwoord verwerken
verwerkende woordvorm verwerken
verwerkt voltooid deelwoord verwerken
verwerkte verleden tijd verwerken
verwerkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwerken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verwerken

Hoe spreek ik verwerken uit?
Zo spreek je verwerken uit: /vərˈʋɛrkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verwerken?
Verwerken is een werkwoord. De betekenis is: een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verwerken?
Zo vervoeg je verwerken zo: de tegenwoordige tijd is verwerk, de verleden tijd is verwerkte en het voltooid deelwoord is verwerkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verwerken?

Er staan 29 woorden in dit woordenboek die op verwerken rijmen, waaronder beperken, merken en bewerken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verwerken, uitspraak vərˈwɛrkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beperken 3
merken 2
bewerken 3
versterken 3
deltawerken 4
overwerken 4
gemeentewerken 5
herwerken 3
tekstverwerken 4
beeldsnijwerken 4
dorpskerken 4
hallenkerken 4
kapittelkerken 5
kerken 2
kledingmerken 4
kloosterkerken 4
klungelwerken 4
koepelkerken 4
kruiskoepelkerken 5
kwelderwerken 4
parochiekerken 5
partnerkerken 4
pauluskerken 4
roffelwerken 4
tjerken 2
verbouwingswerken 5
waterstaatskerken 5
wegeniswerken 5
wereldkerken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwerken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwerken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwerken in het kort

verwerken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verwerken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verwerken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verwerken: een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen
Deel verwerken — standaardnederlands.nl