beperken
werkwoord bəˈpɛrkə(n)Betekenis
- een verminderde reikwijdte geven, limiteren
- iemand hinderen in zijn mogelijkheden
- zich ~: minder doen
Hoe spreek je beperken uit?
/bəˈpɛrkən/
Beperken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een verminderde reikwijdte geven, limiteren, niet overal geldend transitive
Vervoeging van beperken
beperkenhele werkwoord — beperkteverleden tijd enkelvoud — beperktenverleden tijd meervoud — beperktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beperk | beperkte |
| jij | beperkt | beperkte |
| hij, zij, het | beperkt | beperkte |
| wij | beperken | beperkten |
| jullie | beperken | beperkten |
| zij | beperken | beperkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beperk | gebiedende wijs |
| beperke | aanvoegende wijs |
| beperkend | onvoltooid, deelwoord |
| beperkt | verleden tijd, deelwoord |
| beperkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beperkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beperkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beperkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beperkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beperkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beperkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beperkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beperkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beperkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beperkte | verleden tijd |
| er is beperkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beperkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beperkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beperkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beperkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beperkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beperkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beperkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beperkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beperkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beperkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beperkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beperkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beperkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beperkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beperkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beperken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beperkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beperken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beperkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beperkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beperkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beperkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beperkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beperkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beperkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beperkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beperkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beperkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beperkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beperkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beperkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beperkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beperkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beperkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beperkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beperken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt beperkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beperkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beperken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beperkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beperkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beperkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beperken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult beperkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beperkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beperkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van perk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van beperken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beperk | gebiedende wijs | beperken |
| beperke | aanvoegende wijs | beperken |
| beperkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beperken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beperken zijn vastgelegd.