Naar de inhoud

herwinnen

opnieuw in bezit van iets komen

herwinnen

werkwoord

Betekenis

  1. opnieuw in bezit van iets komen

Vervoeging van herwinnen

herwinnenhele werkwoord — herwonverleden tijd enkelvoud — herwonnenverleden tijd meervoud — herwonnenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herwin herwon
jij herwint herwon
hij, zij, het herwint herwon
wij herwinnen herwonnen
jullie herwinnen herwonnen
zij herwinnen herwonnen
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is herwonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herwonnen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herwonnen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herwonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herwonnen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herwonnen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herwonnen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herwonnen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herwonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herwonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herwonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herwonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herwonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herwonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herwonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herwonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herwin gebiedende wijs
herwin me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
herwin u/je , herwint je gebiedende wijs
herwinne aanvoegende wijs
herwinne zich aanvoegende wijs
herwinnen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herwinnen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herwinnen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herwinnend onvoltooid, deelwoord
herwint je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
herwint u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
herwint u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herwint zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
herwint zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
herwint zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herwon verleden tijd
herwon je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
herwon me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
herwon u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
herwon u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
herwon zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
herwon zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
herwon zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
herwonnen verleden tijd, deelwoord
herwonnen je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
herwonnen ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
herwonnen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herwonnen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herwonnen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herwonnen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herwonnen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herwonnen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herwonnen zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
herwonnen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herwonnen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herwonnen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herwonnen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herwonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herwinnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herwinnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart herwonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herwonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren herwonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herwonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herwonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was herwonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was herwonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt herwonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word herwonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden herwonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden herwonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden herwonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herwonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt herwonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal herwonnen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herwonnen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herwonnen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herwonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herwonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me herwinnen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich herwinnen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je herwinnen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich herwinnend onvoltooid, deelwoord
zich herwonnen hebben verleden tijd
zijn herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt herwonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt herwonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herwonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herwonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen herwinnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herwinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

afgeleid van winnen met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herwinnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herwin gebiedende wijs herwinnen
herwinne aanvoegende wijs herwinnen
herwinnend onvoltooid deelwoord herwinnen
herwinnende woordvorm herwinnen
herwint aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herwinnen
herwon verleden tijd herwinnen
herwonnen voltooid deelwoord herwinnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herwinnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over herwinnen

Wat betekent herwinnen?
Herwinnen is een werkwoord. Het woord betekent: opnieuw in bezit van iets komen.
Hoe vervoeg je herwinnen?
Je vervoegt herwinnen als volgt: de tegenwoordige tijd is herwin, de verleden tijd is herwon en het voltooid deelwoord is herwonnen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herwinnen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herwinnen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 2
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herwinnen in het kort

herwinnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van herwinnen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort herwinnen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

herwinnen: opnieuw in bezit van iets komen
Deel herwinnen — standaardnederlands.nl