Naar de inhoud

grilleren

roosteren

grilleren

werkwoord

Betekenis

  1. roosteren

Vervoeging van grilleren

grillerenhele werkwoord — grilleerdeverleden tijd enkelvoud — grilleerdenverleden tijd meervoud — gegrilleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik grilleer grilleerde
jij grilleert grilleerde
hij, zij, het grilleert grilleerde
wij grilleren grilleerden
jullie grilleren grilleerden
zij grilleren grilleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegrilleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegrilleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegrilleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegrilleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegrilleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegrilleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegrilleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegrilleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegrilleerd verleden tijd, deelwoord
gegrilleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegrilleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegrilleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrilleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrilleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrilleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegrilleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegrilleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegrilleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegrilleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
grilleer gebiedende wijs
grilleerde verleden tijd
grillere aanvoegende wijs
grillerend onvoltooid, deelwoord
had gegrilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegrilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegrilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegrilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegrilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegrilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegrilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grilleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegrilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegrilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegrilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegrilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegrilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegrilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegrilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegrilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegrilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegrilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegrilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegrilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegrilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegrilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegrilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegrilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegrilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘roosteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Woordfamilie van grilleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegrilleerd voltooid deelwoord grilleren
gegrilleerde woordvorm grilleren
grilleer gebiedende wijs grilleren
grilleerde verleden tijd grilleren
grilleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon grilleren
grilleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grilleren
grillere aanvoegende wijs grilleren
grillerend onvoltooid deelwoord grilleren
grillerende woordvorm grilleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grilleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over grilleren

Wat is de betekenis van grilleren?
Grilleren is een werkwoord. De betekenis is: roosteren.
Hoe vervoeg ik grilleren?
Zo vervoeg je grilleren zo: de tegenwoordige tijd is grilleer, de verleden tijd is grilleerde en het voltooid deelwoord is gegrilleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grilleren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grilleren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

grilleren in het kort

grilleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van grilleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort grilleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

grilleren: roosteren
Deel grilleren — standaardnederlands.nl