flipper
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈflɪpərBetekenis
- een zwemvin, onderdeel van de snorkeluitrusting of duikuitrusting van een snorkelaar of duiker.
- bedieningsknop van een flipperkast
- 'm knijpen, in de rats zitten
Hoe spreek je flipper uit?
/ˈflɪpər/
Flipper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- aan elke voet vastgemaakt zwemvlies waarmee iemand zich onder water zwemmend kan voortbewegen
- elk van beide langgerekte, draaiende driehoeken links en rechts in een elektromechanische speelmachine, waarmee je een terug rollende bal weer over een hellend vlak omhoog stoot om daarmee zoveel mogelijk punten te scoren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flippers | meervoud |
| flippertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flippertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flipperen
- gebiedende wijs van flipperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flipperen
Vervoeging van flipper
flipperhele werkwoord
Herkomst
van Engels flipper zn
Woordfamilie van flipper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flippers | meervoud | flipper |
| flippertje | verkleinwoord | flipper |
| flippertjes | verkleinwoord meervoud | flipper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flipper zijn vastgelegd.