team
zelfstandig naamwoord /tiːm/Betekenis
- een ploeg van bij elkaar horende spelers
- een groep samenwerkende mensen
- familieleden, clan, mensen
- spreker, woordvoerder
Hoe spreek je team uit?
/tim/
Team bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| teampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| teampjes | verkleinwoord, meervoud |
| teams | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ploeg’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Woordfamilie van team
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teampje | verkleinwoord | team |
| teampjes | verkleinwoord meervoud | team |
| teams | meervoud | team |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van team zijn vastgelegd.